Henk van Loenen / Julien Holtrigter

home | bio | beeldend werk | fotografie | gedichten / poems | publicaties | exposities | nieuws | links | contact

Over mijn pseudoniem

Omdat mijn poëzie heel persoonlijk en kwetsbaar was en uit onzekerheid over mijn kunnen had ik een nom de plume nodig.  Holtrigter is de achternaam van mijn betovergrootmoeder.
De naam Juliën (geen Frans) heb ik gekozen uit bewondering voor de acteur Julien Schoenaerts (1925 – 2006), ik ben een liefhebber van de Vlaamse tongval en toewijding.

Hij werd door zijn zoon Matthias gekenschetst als een mens die alle stormen voorbij was en alleen nog maar liefde uitstraalde.

 

Een gedicht van Julien Schoenaerts:

Ik ken bij jou
alle verborgen bloemen
Ik ken alle verdorde stengels
in jouw tuin
Daar hangt een geur
van zoete mist
vlakbij de mossen
Hoe lang duurt een tuin, mama
als alle frambozen geplukt zijn

 

laatbloeier

Ik heb lang gedacht dat ik een schilder was en lang niet geweten dat ik een dichter was.

Ben het tegen de klippen op toch geworden. Eigenlijk was ik het altijd al (weet ik nu):

ik had veel poëtische invallen en gedachten, al heel jong, ik wist alleen niet hoe ik ze op moest schrijven. Misschien lukt het me ooit nog eens zo te schilderen als ik zou willen.

Ik ben geen fotograaf. Maar wel verslingerd aan het licht. Tegenlicht is het mooiste licht,
het komt je tegemoet. Verrukt leg ik het vast.

Ik raak niet uitgekeken op mensen, ik wil hun beeltenis vasthouden. De mensen die ik schilder zijn fictief maar ze lopen vast ergens rond.

 

Mijn poëzie

Mijn poëzie wordt wel helder en toegankelijk genoemd maar is dat lang niet altijd. De eenvoud van Jan Arends vind ik fascinerend. Ik houd niet van ingewikkelde taalbouwsels of cryptische formuleringen terwijl ik wel van speelse, muzikale gedichten houd, ik denk aan Paul van Ostaijen.

‘Ik heb het over het obscurantisme omwille van zichzelf’ zei Komrij over de betekenisloze nonsens die welig tiert in de poëzie. Worden er daarom bijna geen dichtbundels meer gekocht? Ik vermoed dat dat meespeelt. Ik lees zelf ook nog steeds Nijhoff en Achterberg. Niets is zo eenvoudig als moeilijk schrijven, zegt Komrij op de vraag waarom hij niet duister schrijft.

Er zijn dichters die schamper doen over de heldere poëzie van anderen. Die noemen ze ‘ongevaarlijk’, alsof ze zelf wel gevaarlijke gedichten schrijven. ‘Gevaarlijke poëzie’, laat me niet lachen, die bestaat helemaal niet in de Westerse wereld. Laten we hopen dat dat zo blijft.

Er zijn veel dichters en heel verschillende dichters. Samen vormen ze een veelkleurig boeket.
Laat duizend bloemen bloeien!

Motieven

“In zijn gedichten zwerft Juliën Holtrigter door de veranderende wereld, maar vooral door de geschiedenis. Hij gaat na wat er nog overeind staat van de humanistische, protestantse wereld waarin hij opgroeide en waardoor hij werd gevormd. Zijn reis blijkt steeds meer een zoektocht naar het verlorene. Tegelijk vindt hij ziel en schoonheid in de vuile alledaagsheid en laat hij in beeldrijke taal zien hoe complex en ongrijpbaar deze is.

In Holtrigters wereld komt alles op wonderlijke wijze samen.: zijn hang naar geschiedenis, natuur en mystiek, zijn melancholie en niet te vergeten zijn verlangen om ‘licht te reizen’, immers, de woelige alomtegenwoordige buitenwereld dringt zich steeds meer op.”

Uitgeverij De Harmonie, Amsterdam

 

Inspiratie

Je kunt door een tekening of door een paar dichtregels getroffen worden, zoals je ook door een paar maten muziek van je sokken geblazen kan worden maar je weet niet waarom. Je hart gaat openstaan. Ik heb dat bij Bach en Satie maar ook bij de jazz-rockgitarist Steve Morse die ik al heel lang volg. Ik ervaar dat bij een schilderij van Chaim Soutine of Amadeo Modigliani. En als ik de gedichten van Paul Snoek lees, of die van Ter Balkt.

Inspiratie vind ik ook in de bijbel en bij een mysticus als Meister Eckhart.

Er is een onzichtbare werkelijkheid die mij soms aanraakt zoals de zon het gezicht van de blinde.

'Dat wat men liefheeft, openbaart zich vroeg of laat', schreef Kierkegaard in zijn dagboek. 

Datgene waar het ten diepste om gaat, laat zich niet in woorden vangen. Ervaringskennis is per definitie niet mededeelbaar. Je kunt het alleen aanduiden en mensen met een soortgelijke ervaring kunnen het herkennen.

Uiteindelijk gaat het om de ontmoeting met de ultieme werkelijkheid die christenen God noemen, zonder tussenkomst van wie ook (naar Thomas Merton).

 

Parabel

Het is met de Eeuwige zoals het is met de overspringende elektron in de quantumfysica : hij kan op meer plaatsen tegelijk zijn. Maar als iemand gaat meten waar hij zich bevindt, ‘kiest’ hij ervoor onvindbaar te zijn.

HvL